kinesist deurne manuele therapie

Lage rugpijnklachten. Dry needling kan helpen

Posted on 19- April-2020 By kinecenter

dry needling Antwerpen Deurne kinesitherapie manuele therapie

Lage rugpijnklachten

hernia kinesitherapie Antwerpen

Lage rugpijnklachten komen bij zeer veel mensen voor. Ongeveer 60-90% van de westerse bevolking heeft tenminste eenmaal in zijn leven last van lage rugpijnklachten. Dry needling bij lage rugpijnklachten? Waarom kan dit helpen. 

Oorzaak van lage rugpijnklachten.

Lage rugpijnklachten worden ingedeeld in twee grote groepen:

1. Specifieke lage rugpijnklachten.

2. A-specifieke lage rugpijnklachten.

Specifieke lage rugpijnklachten

Bij ongeveer 1-10% van de mensen met lage rugpijnklachten wordt een specifieke oorzaak gevonden. Bij specifieke lage rugpijnklachten worden er duidelijke afwijkingen gevonden bij bloedonderzoek, röntgenfoto of MRI-scan. Voorbeelden van specifieke lage rugpijnklachten zijn:

– Hernia nuclei pulposi (HNP): hierbij is er een uitstulping (hernia) ontstaan vanuit een tussenwervelschijf die op een uittredende zenuw drukt.

– Ziekte van Bechterew: een vorm van reuma met ontstekingsverschijnselen in de SI-gewrichten en wervelgewrichten.

– Osteoporose of botontkalking van de wervels: een wervel kan bij osteoporose inzakken, wat veel pijn kan geven.

– Metastasen of uitzaaiingen in een wervel, bijvoorbeeld bij prostaatkanker of borstkanker.

– Orgaanafwijkingen: lage rugpijnklachten kunnen ontstaan vanuit een orgaan zoals alvleesklier, nieren, maag, grote lichaamsslagader (aorta).

A-specifieke lage rugpijnklachten

In ongeveer 90-99 % van de gevallen bij lage rugpijnklachten worden er geen specifieke oorzaak gevonden. Dit worden a-specifieke lage rugpijn- klachten genoemd.  Bij a-specifieke lage rugpijnklachten worden er dus geen anatomische of weefselafwijkingen gevonden. Vaak spelen een verkeerde lichaamshouding, overbelasting, verkeerde tilhouding, overgewicht, veel autorijden, eenzijdig werk, zwaar fysiek werk of een doorgemaakt ongeval een rol. Dry needling werkt in op spierspanningen of spierknopen.

Myofasciale triggerpunten of spierknopen.

Triggerpunten of spierknopen in diverse spieren rondom de rug en in bilspieren, kunnen veel lage rugpijnklachten geven. Hieronder ziet u een aantal van deze spieren.

dry needling Antwerpen Deurne kinesitherapie manuele therapie bij lage rugklachten
De vierkante lendenspier of Musculus Quadratus Lumborum. Door veelvuldig vooroverbuigen vooral met draaiing van de romp, door veel zwaar tillen of door een beenlengte verschil kunnen er triggerpoints ontstaan in de vierkante lendenspier met pijnklachten in de lage rug, bil- en heupgebied. 
dry needling Antwerpen Deurne kinesitherapie manuele therapie bij lage rugklachten
De middelste bilspier of Musculus Gluteus Medius. Triggerpoints in deze middelste bilspier geven veel pijn klachten rondom het SI-gewricht en ontstaan door het lichaamsgewicht lang op één been te laten rusten of door veelvuldig voorovergebogen  te werken.
dry needling Antwerpen Deurne kinesitherapie manuele therapie
De peervormige spier of Musculus Piriformis. Door veel hardlopen, fietsen en tillen, door een val of doorbuigen en zijwaarts bewegen van de romp kunnen in deze spier triggerpoints ontstaan. De pijn zit ter hoogte van de lage rug, bil- en heupgebied, maar kan door inklemming van de ischiaszenuw uitstralende pijnen in het hele been geven. Deze klachten kunnen sterk lijken op een hernia.
dry needling Antwerpen Deurne kinesitherapie
De heup-lenden spier of Musculus Iliopsoas. Triggerpoints in deze spier geven vaak pijn in de onderrug en in de lies en bovenbeen. Het strekken van de heup verergert de pijn en daarom loopt de patiënt vaak wat voorover. Triggerpoints ontstaan door lang voorover te buigen of door veelvuldige buikspieroefeningen.
dry needling Antwerpen Deurne kinesitherapie manuele therapie bij lage rugklachten
De kleine bilspier of Musculus Gluteus Minimus. Triggerpoints in deze kleine bilspier geven naast pijn in de bilspieren en lage rug, ook veel pijnklachten in het been, zodat het eveneens kan lijken op en hernia.
dry needling Antwerpen Deurne kinesitherapie manuele therapie

De M.Multifidi. Ook triggerpoints in de Multifidi uiten zich in lage rugpijn klachten. Meer over deze Multifidi: kijk onder lumbale segmentale instabiliteit.

De aanwezige triggerpunten worden behandeld via dry needling, manuele therapie en specifieke oefentherapie.

Hoe komt een behandeling bij lage rugpijnklachten tot stand?

Klinisch onderzoek

Anamnese

  • De anamnese is het belangrijkste onderdeel van het klinisch onderzoek van een patiënt met pijn in de rug. Gegevens uit de anamnese kunnen als volgt worden ingedeeld:
    • Eerdere lage rugpijn (begin van de symptomen, bezoeken aan een arts, eerdere onderzoeken, behandelingen en ziekteverlof)
    • Huidige lage rugpijn (begin, aard en intensiteit van de symptomen, pijn en sensorische stoornissen in de onderste extremiteit, ervaren van beperkingen in het dagelijkse leven, onderzoeken, behandelingen en hun effectiviteit)
    • Andere ziekten (operaties, trauma’s, andere aandoeningen van het bewegingsapparaat, andere ziekten zoals diabetes en arteriosclerose in de onderste ledematen, ziekten van het urogenitale systeem, allergieën, huidige medicatie)
    • Sociale voorgeschiedenis (relatie als koppel, familie, onderwijs)
    • Levensstijl (lichaamsbeweging, vrijetijdsactiviteiten, roken, gebruik van alcohol en medicatie, voeding)

Lichamelijk onderzoek

  • Bij het lichamelijk onderzoek wordt gericht gezocht naar mogelijke ernstige ziekte en tekenen van zenuwwortelcompressie, maar wordt ook de functionele capaciteit beoordeeld. De patiënt dient zich in voldoende mate uit te kleden.
  1. Inspectie van de ruggengraat:
    • Afvlakking van lordose of scoliose als gevolg van acute pijn.
    • Buigen van de lumbale wervelkolom; een pijnlijke beperking kan een indicatie geven van de ernst van de aandoening.
  2. Onderzoek van de mobiliteit van de rug:
    • Beperking bij het voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts buigen geeft een idee van de ernst van de rugpijn.
    • Mobiliteit van de wervelkolom en stoornissen in het bewegingsritme geven inzicht in de functionele capaciteit van de rug; meting van de mobiliteit is van belang in de follow-up van de aandoening.
    • De aangepaste Schober-test is matig herhaalbaar bij het meten van de mobiliteit.
    • De roterende beweging van de wervelkolom en de mobiliteit van de thorax is al in een vroeg stadium beperkt bij de ziekte van Bechterew
  3. Beoordeling van tekenen van zenuwwortelcompressie
    • De straight leg raising (SLR)-test en de Lasègue-test zijn sensitieve maar aspecifieke tests om zenuwwortelcompressie op niveau S1 en L5 na te gaan.
      • De tests worden als positief geïnterpreteerd wanneer ze pijn veroorzaken die vanuit de rug naar de onderste ledematen uitstraalt. Rugpijn zelf of een beklemmend gevoel achter de knie zijn geen positieve tekenen.
      • Bij zenuwwortelcompressie verhoogt passieve dorsiflexie van de voet tijdens de SLR-test de pijn die vanuit de rug naar de ledematen uitstraalt.
      • Kruisende pijn: Intensieve uitstralende pijn bij het heffen van het contralaterale been is een specifiek teken van zenuwwortelcompressie.
    • Spierkracht van de onderste ledematen
      • Knie-extensie (zenuwwortel L4 en gedeeltelijk L3)
      • Dorsiflexie van de enkel (zenuwwortel L5 en gedeeltelijk L4), dorsiflexie van de grote teen (zenuwwortel L5) en plantaire flexie van de enkel (zenuwwortel S1)
      • Wandelen op de hielen (zenuwwortel L5, gedeeltelijk L4) of op de tenen (zenuwwortel S1)
    • Peesreflexen
      • Patella (zenuwwortel L4)
      • Achilles (zenuwwortel S1)
      • Babinski (bovenste motorneuron)
    • Bij patiënten met symptomen in de onderste ledematen wordt de tastzin onderzocht op de lagere mediale zijde van de knie (zenuwwortel L4), en de mediale (zenuwwortel L5), dorsale (zenuwwortel L5) en laterale (zenuwwortel S1) zijde van de voet.
    • Verminderde spierkracht van beide benen (paraparese), versterkte of meerdere peesreflexen en een positief teken van Babinski wijzen op de noodzaak van een neurologische of neurochirurgische evaluatie.  Paraparese is een indicatie voor onmiddellijke verwijzing naar een ziekenhuis met de mogelijkheid van een spoed-MRI en een eventuele heelkundige ingreep.
    • PPA (tonus van de sluitspier) en tastzin van het perineum moeten onderzocht worden bij vermoeden van het ​​cauda equinasyndroom (directe doorverwijzing).
  4. Palpatie van de wervels, de Nervus Ischiadicus en de onderste ledematen
    • Talrijke gevoelige drukpunten en geassocieerde symptomen kunnen fibromyalgie suggereren.
    • Palpatie of dopplerechografie, of beide, van de slagaders in de onderste ledematen bij patiënten > 50 jaar met claudicatio intermittens.

Vervolgens gaan we na in welke fase U zich bevindt. We onderscheiden 3 fases. De acute < 6 weken, subacuut tussen 6 en 12 weken en de chronische fase die langer duurt dan 12 weken.

Aanvullend kan beeldvorming nuttig zijn.

Al deze gegevens worden met de patiënt besproken en de te volgen behandeling komt tot stand. Tijdens de revalidatie word je pijnklacht van nabij gevolgd. Oefeningen worden elke sessie geëvalueerd en indien nodig aangepast maar ook manuele technieken en dry needling technieken kunnen de revue passeren. Wanneer de lage rugpijnklacht voorbij is kan er een thuisprogramma opgesteld worden waardoor U de gewonnen rompstabiliteit en spierkracht kan behouden.

Medicatie wordt aangeraden om pijnstillend effect te bekomen tijdens de acute fase. Meer informatie kan U hier terugvinden.

Informatie over onze dry needling behandeling staat in een uitgebreide blog met video.

Voor verdere vragen staan wij U graag te woord. Contacteren kan via mail of telefonisch op het nummer 03 326 03 91.

Onze praktijk is elke weekdag geopend van 8.00 tot 21.00 uur.

Om onze andere blogs te lezen kan je hier klikken.

kinesitherapie
dry needling manuele therapie kinesitherapie
kinesitherapie Antwerpen dry needling